Sinds ik in september van vorig jaar de schrik van mijn leven kreeg doordat mijn moeder me in een iets minder ontspannen manier opbelde dan ik van haar gewend was, met de mededeling dat de operatie van mijn vader niet goed gegaan leek te zijn en ze met spoed naar het ziekenhuis terug moesten, en of ik in hun huis eventjes iets over wilde nemen terwijl ze weg waren, is er iets in mij veranderd.

Ik ben nog niet toe aan het beschrijven hoe ik die dertig minuten op de fiets heb beleefd, zonder innerlijke zijwieltjes wiebelend naar mijn ouderlijk huis, in nood van de opperste vertwijfeling, niet wetend of ik moest bidden voor kracht voor mijn vader of voor mijzelf.. Bij elke keer dat mijn rechtervoet dichter bij de aarde was dan mijn linker, ademde ik uit en hoorde ik mezelf zeggen: ‘Heer, zorg dat ik er klaar voor ben, zorg dat ik het aankan.’

Maar ik ben nog niet toe aan het beschrijven van die reis. Er was iets anders, iets wat kleiner, meer behapbaar is, waar ik wรฉl concreet mee uit de voeten kan. In de tijd dat ik in mijn ouderlijk huis aan het wachten was, wist ik niet waar ze waren. Waren ze nog onderweg naar het ziekenhuis, waren ze daar, waren ze alweer onderweg naar huis? Het niet weten was alsof iemand een CD met stilte had aangezet en het volume op 10 had gedraaid. Ik hoorde niks anders meer dan niksigheid. Alsof iemand voor mijn ogen het heelal had opgevouwen. Tot..
de sleutel..
in het slot..
en mijn ogen meteen die van mijn vader zochten en troffen.
De schrik en vermoeidheid in zijn ogen vielen samen met die van mij.

Intern kreeg ik een wit vel voor me, waar ik alle mogelijkheden op kon schrijven van de dag van het overlijden van mijn ouders. Hoe zal dat gaan? Ineens zag ik ook mijn eigen sterfelijkheid en realiseerde ik me: ik ben alleen. Als ik hier in huis dood van de stoel val, wie weet daar dan van? En wanneer? En wanneer ik een eindje ga wandelen? Mijn moeder knikte instemmend en zei dat ze het helemaal niks had gevonden dat ik destijds in mijn eentje naar Dallas was geweest, dat ze niet wist waar ik was.

En ineens zag ik iets wat ik zo ontzettend wilde koesteren: het is een hemelrijke groei die mijn Vader de afgelopen jaren heeft bewerkstelligt tussen mij en mijn moeder, want waar ik het in Dallas echt vervelend vond dat mama af en toe een berichtje wilde krijgen van mij, ๐˜ญ๐˜ข๐˜ข๐˜ต ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ซ ๐˜ต๐˜ฐ๐˜ค๐˜ฉ ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ด ๐˜ซ๐˜ฐ๐˜ฉ, voelde ik nu een verlangen om te verbinden, ik wil dat zij weet waar ik ben.. ik wil eigenlijk dat zij altijd weet waar ik ben, ik wil dat mama op een app kan kijken en mij kan volgen, net zoals ik haar dan kan zien, gewoon zodat ik weet dat ze er is, ook al zie ik haar niet. Krijgen we dan na al die tijd eindelijk de gelegenheid om iets te herstellen wat ons is overkomen, toen we uit elkaar zijn gehaald, ik als baby, zij als nieuwbakken moeder, gescheiden van elkaar, zonder dat we dat allebei wilden, ikzondermama, mamazondermij?

‘Ja, doe maar’, zei mama, ‘download die app maar.’ We gingen een verbond aan. Een gesloten verbond waar alleen zij en ik in zaten, in een cirkel, allebei zichtbaar als stip, die van haar bruin, de mijne paars.

Tot vorig jaar dus. Haar stip bleef bewegingsloos thuis rusten, terwijl ik wist dat ze op dat moment bij de badminton was. Deed ze dat expres? Wilde ze mij niet meer in haar cirkel? Wist ze dat ik eerder die week nog dronken van baby-achtige verliefdheid had zitten kijken naar hoe haar stip met een iets te hoge snelheid over de brug reed, op weg naar mij toe? Wist ze dat ik voor het naar bed gaan altijd eventjes op de app keek of zij ook thuis was?

Sloot ze zichzelf van mij af?
Sloot ze mij buiten?
Ik was zo geraakt door de gedachte, dat ze niet gezien wilde worden door mij, dat ze mij had weggeduwd, dat het voelde alsof ik mama kwijt was.

En waar ik vroeger, als ik haar wel eens kwijt was, meteen dacht om รกndere ouders te gaan zoeken – ik ben eens als 10-jarige verdwaald in de haven van Athene en dacht toen alleen maar: ik vertel de politie dat ik mijn ouders kwijt ben, dan geeft de politie mij nieuwe ouders en ik zal Grieks moeten leren – voelde ik intern nu een verlangen van een beweging naar mijn moeder tรณe. ๐˜๐˜ฌ ๐˜ธ๐˜ช๐˜ญ ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ ๐˜ฎ๐˜ข๐˜ฎ๐˜ข ๐˜ป๐˜ช๐˜ซ๐˜ฏ.

Na een paar keer slikken bracht ik het ter sprake. Mama wist van niks, zei ze; ze had ergens die week in de app op een knop gedrukt, om een notificatie weg te krijgen. Blijkbaar had ze daarmee haar locatievoorziening uitgezet. Ik hoorde mezelf een zin uitspreken die ik nooit eerder had uitgesproken, maar die zich wel ergens in mijn traumaverleden aan de binnenkant van mijn hart had geplakt, als was het de laatste flard behang in een kamer van een huis dat ik allang had verlaten, het soort behang dat zich zo intens aan de muur hecht dat je er alleen maar overheen wilt behangen, omdat je het er gewoon niet. meer. af. krijgt. Op de diepste laag van mijn hartjesbehang las ik hardop: ๐˜ช๐˜ฌ ๐˜ฅ๐˜ข๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต ๐˜ฅ๐˜ข๐˜ต ๐˜ซ๐˜ฆ ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ซ ๐˜ฏ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ต ๐˜ฎ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ธ๐˜ช๐˜ญ๐˜ฅ๐˜ฆ..

Wat er daarna gebeurde, weet ik niet meer; maar concreet -en behapbaar- leidde het tot het volgende: ze gaf me haar telefoon en zei: ‘Ik weet niet hoe dit moet’. Ik zette haar locatievoorzieningen weer aan, waarna we allebei weer als bewegende stip in de cirkel stonden, daar, op dat moment, naast elkaar. De app vroeg ons om de relatie tussen ons aan te vinken. Ik drukte op dochter. Zij drukte op moeder. Daar waren we dan, naast elkaar, in het echt. De cirkel was rond. Verbonden.

Advertisement