Ik ben niet geschrokken van zaterdag en zou je bui niet omschreven hebben als donker. Zelfs ogen raken gewend aan minder licht op den duur, toch. Hoe ik de zaterdag juist heb beleefd, was samen een beetje prutsen in de garage, denken dat pur toch beter was geweest dan touw om zo de kiertjes te dichten.

Je weet denk ik nooit hoe een ander iets ervaart. Ik denk dat het voor jou zwaarder is dan voor mij, want ook jij leeft niet in een isolement en bent met anderen verbonden en realiseert je waarschijnlijk dat dit impact heeft op iedereen (wat het dan weer zwaarder maakt voor jou, wellicht).

Ik ervaar jouw situatie soms als het een meedeinen op dezelfde golf, soms zit ik in een golf die erachteraan komt, maar het kan soms ook aanvoelen als een verhoogde staat van paraatheid, waarin je in je ademhalen continu rekening houdt met.. dat is het voor mij de laatste tijd een beetje, en dat is een manier van leven waar geen handboek voor is. Wat als jij dood neervalt terwijl we graszaad staan te mengen in de garage? Poeh. Ik merk dat het er -ongewenst, ongemerkt- voor zorgt dat er een raar soort stukje plexiglas om me heen komt te staan, dat me ietwat belemmert om zorgeloos van je te houden, om gewoon de dagelijkse dingen te doen, om gewoon normaal te zijn met elkaar, lekker laks haast, dingen als vanzelfsprekend te nemen, zelfs door je donkerte heen te kijken.. omdat in mij steeds één twinkeling in mijn oog probeert jouw val te voorkomen danwel op te vangen. Wat. Als. Dadelijk. En hoe zoiets voelt, dat woord staat niet in het woordenboek.

Het is wel een gek gevoel om ergens te weten dat de persoon door wie je je zo voelt, misschien juist níet de persoon is om het daarmee over te hebben. Het is een beetje hetzelfde als iemand die terminaal in een ziekenhuis ligt, dat zo iemand er heel erg voor de ander moet gaan zitten zijn, omdat de ander het zo zwaar vindt en de ander zo verdrietig is. Och toch, ik kan je niet missen hoor. Zoiets. Of misschien is dat ook wel wat er gebeurt, of hoe het de bedoeling is, dat de zieke de gezonde troost biedt of opbeurt, ik weet het niet. Soms houdt iedereen elkaar voor de gek, door zich sterker voor te doen. Wie moet wie eigenlijk steunen? Ik weet een miljoen procent zeker dat ik een pilaar ben (voor mezelf, maar ook voor jou) als je op me zou leunen, dan zou ik misschien zelfs wel beter weten wat mijn rol is, misschien vind ik dat het moeilijkste aan de hele situatie. Dat ik niet weet waar ik sta. De ene dag bouwen we samen een buitenverblijf, de andere dag niet. Zoveel misschienen. Misschien kunnen we ook wel naast elkaar staan, met de ogen dezelfde kant op, net zoals we jaren lang kilometers spoor gelopen hebben en nog meer kilometers auto gereden hebben, naast elkaar, en dan zou ik het wel aandurven om te vragen en te luisteren naar wat je beroert.

Kunnen we van elkaar weten hoe onze situatie is? Misschien wel een beetje, jij stond jarenlang aan mijn donkere zijlijn. Jij zei me eens iets wat me destijds een inkijkje gaf in hoe mijn zwaarte geweest was, namelijk ‘we zijn er al tien jaar op voorbereid dat er ‘s avonds een telefoontje komt van de politie’. Tjonge, pa, wat confronterend, ik had werkelijk geen idee dat ik niet in een isolement leefde, ik snapte werkelijk niet dat een ander geraakt kon zijn door iets van mij. Ik snap het nog steeds nauwelijks. Het is de roestige, ruwe, ribbelige zijkant van de glimmende medaille van ‘houden van’; dat je bezorgd bent om de ander, zorg hebt voor de ander, mee lijdt met de ander, lijdt door toedoen van de ander (zonder verwijt, want dat is niet eerlijk). Ik vind het een van de meest pijnlijke bijkomende verborgen kosten liefde en is één van de redenen dat ik geen kinderen heb gewild.

Ik zadel hen dan op met het feit dat ze ooit afscheid van mij moeten nemen en dat ik ze niet nabij kan zijn precies op het moment dat ze me misschien wel het meest nodig hebben. Ik heb dat heel indringend ervaren toen M en ik uit elkaar gingen. Ik kan onze breuk aan, zolang hij maar naast me staat. Ik ervoer het nog een keer toen M stierf. Dat ik uitgerekend met hém het verdriet wilde delen van zijn overlijden. En nu heb ik het weer, met ons, maar nu neem ik een voorschot op rouw. En dat verdriet me denk ik het meest. Dat ik nu al weet dat ik je op dát moment niet meer op kan zoeken, kan schrijven, binnen kan komen banjeren op kantoor, om het er even over te hebben.

Lieve pa, laten we elkaar blijven dragen. We zijn er sterk genoeg voor.

Advertisement